Wie was Prometheus?

Prometheus (letterlijk „Hij die vooruitdenkt”) is in de Griekse mythologie de zoon van de titaan Iapetos. Zijn broers zijn eveneens bekend; de domme Epimetheus en de reus Atlas, die de hemel op zijn schouders draagt. De status van Prometheus zelf is een klein beetje onduidelijk; is hij nu ook een titaan, een god of, zoals zijn broer Epimetheus bijna lijkt te zijn, een bovennatuurlijke held? Bijzonder is hij in ieder geval!

Prometheus wordt in eerste instantie gekoesterd en bemind door de Olympische goden van de Griekse wereld; bij de strijd tussen de goden enerzijds en de giganten en de titanen anderzijds kiest hij de kant van de goden. Hij krijgt als beloning een plek op de berg Olympus en mag in de paleizen der goden verblijven.

Er zijn verschillende verhalen over de listige daden van Prometheus, die zijn verhoudingen met de goden verpestten. Bij de boeken Onstaan van de Goden en Werken en Dagen van de Griekse dichter Hesiodos, maar ook in de dialoog Protagoras van de filosoof Plato worden een paar verhalen verteld:

Prometheus en Epimetheus hebben de opdracht gekregen alle dieren te scheppen. Epimetheus is vervolgens degene die, na het modelleren, de verschillende vaardigheden over de levende wezens mag verdelen. Hij denkt echter niet ver genoeg vooruit en als hij bij het laatste wezen komt, de mens, is hij door zijn talenten heen. Prometheus grijpt in en geeft de anders weerloze mensheid het Verstand. Later, als hij ziet dat mensen elkaar bevechten, bewerkt hij de oppergod Zeus om ook Recht en Fatsoen aan zijn favoriete schepsels cadeau te doen. Zo onstond de mens.

De Geketende Prometheus
De „Geketende Prometheus” van Peter Paul Rubens, 1611–1612.

Voor langere overleving heeft de mensheid ook het vuur nodig, maar dat weigeren de goden aan de mensen te geven, om ze niet nog machtiger te maken. Prometheus heeft hier lak aan en steelt het vuur stiekem uit Olympos. Hij brengt het naar de mensen, die hiermee kunnen beginnen een beschaving op te bouwen. Zeus is woedend, maar laat zich door Prometheus overhalen een verzoeningsdiner met de mensen te houden. „Kijk”, zegt Prometheus, „o machtige Zeus, ik heb het vlees van het offerdier in tweeën gedeeld. Wilt u deze zak, met daarin ingewanden, of deze heerlijke zak, waar het vet van het offerdier in zit?”.

Zeus heeft echter door dat onder het dunne laagje lekker vet alleen maar vies slachtafval en botmateriaal in de ene zak zit, terwijl onder dat onder dat kleine beetje walgelijk orgaanvoedsel in de andere zak bergen heerlijk spiervlees verborgen is. Toch laat hij zich beetnemen door de zak met vet te kiezen, waarmee hij de verdeling van het offerdier voor altijd vastlegt. Wel zint Zeus op wraak, voor de mensen én voor Prometheus.

De mensen worden door de goden gestraft door de schepping van Pandora, de eerste vrouw. Naast haar charmes en schoonheid draagt deze dame, die met Epimetheus zal trouwen, ook een vaatje met zich mee. Dat mag ze niet openen, maar ze is té nieuwsgierig en doet het toch. Alle rampen en ziekten, die de goden in de beroemde ‚doos’ hebben gestopt, verspreiden zich over de wereld. Alleen de Hoop bleef voor verdere generaties achter.

Prometheus wordt ook niet bepaald zachtzinnig behandeld. Hij wordt aan een rots geklonken in de Kaukasus, waar elke dag een adelaar zijn lever komt uitpikken, die ’s nachts weer aangroeit. (Levers schijnen overigens echt weer aan te groeien!) Pas na vele jaren komt Zeus’ zoon Herakles voorbij om Prometheus te bevrijden en de adelaar te doden.

Prometheus leeft sindsdien in de Europese cultuur als een populair thema voort. De tragediedichter Aischulos schreef het stuk Prometheus in de boeien en de komediedichter Aristofanes laat ‚de godenhater’ optreden in het stuk De Vogels. Ook in later tijd komt hij nog vaak terug, bijvoorbeeld in de Prometheus van Goethe. Ook in veel andere culturen en mythologieën treft men godheden aan zoals hij. Prometheus spreekt tot de verbeelding, als listige godheid (‚trickster god’), als schepper van de mens, als dief van het vuur en als brenger van beschaving.